Top 10 Informatie

View RSS Feed

Een kind houdt van beide ouders
Datum 2009-12-03 | 597 keer bekeken

Gescheiden ouders vinden het soms onverdraaglijk dat een kind nog van vader én moeder houdt. Het kan een kind schaden als dat niet mag, maar dat wordt in de ruzies over huis en inboedel vergeten.

Jaarlijks maken 51000 Nederlandse kinderen mee dat hun ouders uit elkaar gaan. Achtduizend van deze kinderen verliezen daardoor het contact met een van hun ouders, blijkt uit berekeningen van het CBS op verzoek van Trouw. Daarbij gaat het om zowel ouders die gehuwd waren als die ongehuwd samenwoonden.

Alleen al gerekend naar kinderen van wie de ouders officieel gehuwd waren, zijn er meer dan 50000 minderjarige kinderen die na een scheiding nauwelijks contact meer hebben met een van de ouders. Meestal is dat de vader. Dat komt deels doordat de vader dat zo wil en deels doordat de moeder het contact bemoeilijkt. In 80 procent van de gevallen blijven de kinderen na de scheiding bij hun moeder wonen.

De Tweede Kamer heeft in november een initiatief-wetsvoorstel aangenomen, waarin staat dat ouders met een ontwricht huwelijk pas mogen scheiden nadat ze samen een ouderschapsplan hebben opgesteld.

In dat plan moeten ouders vastleggen hoe ze na de scheiding praktische zaken regelen, zoals vakanties, kosten voor de kinderen, maar ook hoe ze met elkaar blijven overleggen over de kinderen en hoe ze de verhouding tussen het kind en de ouders invullen.

In artikel 150 van het burgerlijk wetboek staat het simpel beschreven: „Het ouderlijk gezag omvat tevens de plicht van de ouder om de ontwikkeling van de band van het kind met de andere ouder te bevorderen.” Het blijkt het lastigste punt bij scheidingen waarbij kinderen betrokken zijn. Al is de noodzaak om dit te regelen onomstreden.

Vooropgesteld: veel ouders gunnen het de kinderen dat die na een scheiding een warme band hebben met de andere ouder. Maar als een scheiding voor kinderen problematisch verloopt, heeft dat er vaak mee te maken dat de ene ouder niet wil dat er een intensief contact met de andere ouder is.

Wat vooral misgaat, ziet familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt, is de gespleten loyaliteit, waar ouders hun kinderen in laten terechtkomen. Het komt erop neer dat bij een scheiding de ene ouder het niet kan verkroppen dat het kind van die andere ouder blijft houden. Het is volgens haar het meest klemmende probleem in scheidingen waarbij kinderen betrokken zijn. Van den Eerenbeemt spreekt over een split, een uiteendrijven van dierbaren. De gevolgen strekken zich over meer uit dan het gezinsleven. „Kinderen die met een split zijn opgegroeid, kunnen als volwassene anderen ook dwingen om zich op te splitsen of af te splitsen: een baas en een collega bijvoorbeeld.”

Van den Eerenbeemt maakt in haar praktijk en via haar studenten van de Hogeschool van Amsterdam (ze is verbonden aan de post hbo-opleiding Jeugd, gezin en context) vooral de probleemsituaties mee, waarbij het kind het strijdterrein is via wie de ouders hun ruzie uitvechten.

Een extreem voorbeeld was dat van ouders die na de scheiding ruzieden over de vraag of hun zoon een scooter mocht. Het kind kreeg er een van de vriend van moeder, verongelukte en overleed. De ouders kregen daarna een conflict over de vraag of hij begraven dan wel gecremeerd moest worden. Dat liep zo hoog op dat het voor de rechter kwam. Die besliste dat de jongen gecremeerd zou worden en dat ouders ieder de helft van de as meekregen.

Het omgekeerde gebeurt ook: kinderen die bij de scheiding van allebei de ouders te horen krijgen dat die geen zin hebben om voor hen te zorgen. In de Verenigde Staten heten ze nobodyÂ’s. In Nederland is ook al zoÂ’n situatie gesignaleerd van een onbestorven wees. Maar dat zijn de meest schrijnende verhalen.

Hoeveel van de tienduizenden kinderen die jaarlijks in Nederland de scheiding van hun ouders meemaken, daar ernstige problemen door ondervinden, is niet bekend. Uit cijfers van het CBS blijkt wel dat in het eerste jaar na de scheiding drie op de twintig vaders geen contact met hun kinderen heeft, naast een op de twintig moeders.

Als er wel contact is, verschillen de ouders nogal van mening over de kwaliteit ervan (zie tabel pagina 2). Vaders zijn over het algemeen veel positiever dan moeders over het contact dat de vaders met de kinderen hebben. Acht van de tien moeders vinden dat ze zelf goed contact met de kinderen hebben, al deelt maar ruim de helft van de vaders die mening. Zo’n 15 procent van de ouders noemt het contact tussen de ex-partner en de kinderen slecht. Opvallend is ook het verschil in opvatting over óf er nog wel sprake is van enig contact.

Juist als het conflict heel diep is, zijn mensen die gaan scheiden het over een ding hartroerend eens: de schuld ligt bij de ander. Uit onderzoek van Else-Marie van den Eerenbeemt blijkt dat tachtig procent van de kinderen het eerste jaar na de scheiding vindt dat de schuld ervan bij de vader ligt. Dertig jaar na de scheiding denken kinderen daar veel genuanceerder over, blijkt uit datzelfde onderzoek, en leggen ze de verantwoordelijkheid voor de breuk bij beide ouders.

Sinds 1999 bestaat meer dan de helft van de huwelijken die ontbonden worden uit gezinnen met kinderen. In de praktijk ging de aandacht van ouders in de periode rond de scheiding vooral uit naar het verdelen van de spullen: schulden, inboedel, huis, spaargeld. De laatste tijd is het besef doorgedrongen dat de aandacht in de eerste plaats naar de kinderen moet gaan. Signalen vanuit jeugdzorg, kinderbescherming, orthopedagogische en therapeutische praktijken wijzen erop dat kinderen ook op langere termijn schade kunnen ondervinden van een scheiding, als ze belemmerd worden in het onderhouden van een band met beide ouders.

Kinderen voelen zich nogal eens schuldig tegenover hun moeder als ze trots op hun vader zijn, al is hij weggegaan en woont hij met een nieuwe vriendin. Of schuldig ten opzichte van hun vader als ze graag bij hun moeder zijn. Van den Eerenbeemt: „Die kinderen moeten de ruimte krijgen om zich te realiseren dat ze juist niemand in de steek laten door van allebei hun ouders te blijven houden.”

Ze geeft het voorbeeld van de jongen wiens vader, gescheiden van de moeder, in de gevangenis zit. Inderdaad, hij zat er niet zomaar. Waar die vader dan wel goed in was, vroeg Van den Eerenbeemt aan de jongen. „In biljarten.” En ja, hij dacht dat zijn vader dat in de gevangenis wel veel zou doen en van alle anderen zou winnen.

Kinderen die de boodschap meekrijgen dat ze iemand in de steek laten als ze aan beide ouders loyaal blijven, kunnen nog maar moeilijk van de andere ouder blijven houden. Van den Eerenbeemt: „Zo wordt de natuurlijke trouw van een kind vernietigd.”

Zelf niet meer van de ex houden, maar de kinderen stimuleren om wel van die andere ouder te houden, dat is een beweging die voor veel scheidende ouders te moeilijk is. Van den Eerenbeemt is wel optimistisch, in die zin dat ze erin gelooft dat mensen dit wel kunnen leren. Al is voor dat leren soms wel intensieve begeleiding nodig.

Datzelfde optimisme heeft de wetgever dus ook, die het zelfs een plicht noemt. Ter ondersteuning van het ouderschapsplan dat nu bij de Eerste Kamer ligt, zou de cursus kunnen dienen die is ontwikkeld door orthopedagoge Tineke van den Berg en mediator (scheidingsbemiddelaar) Gerda Wilbrink. Na een vraag van de Raad voor de Kinderbescherming kwamen zij met Â’Jes! het Zwolse BrugprojectÂ’.

Deze cursus leert kinderen en ouders hoe ze na de scheiding met elkaar kunnen omgaan. Daar zijn zes bijeenkomsten voor nodig, met steeds een week ertussen. De gezinsleden leren hun gevoelens te benoemen, de situatie onder ogen te zien en afspraken te maken voor de manier waarop ze met elkaar zullen blijven omgaan.

Hebben ouders die in scheiding liggen wel zo’n zin om samen zo’n cursus te doen? Orthopedagoge Tineke van den Berg: „Dat ligt lastig, dat weet ik. Er zijn ook behoorlijke kosten aan verbonden, al hoeven ouders niets of bijna niets te betalen als bestaande hulpverleningsinstanties, zoals jeugdzorg, de cursus verzorgen. Toch vinden we het belangrijk dat ouders de moeite nemen om aandacht te besteden aan het leren omgaan met elkaar in de nieuwe situatie.” Van den Berg schat dat op den duur maar liefst een kwart van de kinderen na een scheiding geen contact meer heeft met de uitwonende ouder.

Ook Van den Eerenbeemt merkt dat ouders na een scheiding het liefst niet meer met elkaar te maken hebben. „Maar je kunt een ex niet weggummen. Ouders met jonge kinderen die gaan scheiden trekken nogal eens bleek weg als ik zeg dat ze ooit wellicht samen grootouder worden.”

Zowel Else-Marie van den Eerenbeemt als Tineke van den Berg ervaart in haar werk dat een scheiding voor kinderen niet alleen maar negatieve effecten hoeft te hebben. Van den Berg: „In zo’n situatie moeten kinderen soms heel zelfstandig optreden. Daar kunnen ze zich heel prettig over voelen. Als het goed gaat, worden kinderen er weerbaar en stevig van.”

Van den Eerenbeemt: „Als kinderen in vrijheid van hun ouders kunnen blijven houden, zie je nogal eens dat het volwassenen worden die heel zorgvuldig met mensen omgaan. Dus een scheiding hoeft niet alleen nadelig te zijn.”

Tineke van den Berg en Gerda Wilbrink, Jes! Het Zwolsche Brugproject, cursus voor kinderen en ouders. Uitg. Agiel, Utrecht. ISBN 9077834060, € 75,-

Ouders en Scheiding, juridische aspecten van scheiding en stiefouderschap. Uitgave Nederlandse Gezinsraad, Lange Voorhout 86, 2514 EJ Den Haag.

Oefening voor kinderen:
De vakantie komt eraan. Vader wil de eerste week met jullie op vakantie, moeder ook. Wat doe je?

Kind krijgt drie petjes:

een rode (knokken): „Houden jullie eens op met dat geruzie! Ik word er doodziek van!”

een blauwe (wegkruipen): „Je staat erbij te kijken, draait je om, loopt weg en zegt niets.”

een gele (aanpakken): „Ik vind het heel vervelend als jullie hierover ruziemaken terwijl ik erbij ben. Het zou voor mij beter zijn als jullie dat ergens anders doen, of een andere keer.”

Aandachtspunt voor ouders:
Â’Ga ervan uit dat kinderen altijd (soms meer, soms minder) van slag zijn als ze van huis moeten wisselen. Dit blijft voor hen vaak lastig. Geef ze de kans om bij te komen en geef niet de andere ouder de schuld als het moeizaam gaat.Â’

Terug naar overzicht