Top 10 Informatie

View RSS Feed

Ja schat, die witlof moet je opeten
Datum 2009-12-03 | 397 keer bekeken

Kinderen leren onbekende voedingsmiddelen pas waarderen na heel vaak proeven. Ouders durven geen eisen meer te stellen aan hun kinderen. Eetproblemen worden zo in de hand gewerkt, betoogt Angélique Hendriks.
 
Onlangs kwam er een vriendje van onze zoon spelen, die bij de lunch aankondigde geen kaas te lusten en geen bruinbrood. Hij wilde alleen witbrood zonder korstjes met hagelslag. Verder bleek hij geen tomaat te eten – „trouwens, niets dat groen of rood is” (!) – en al helemaal geen melk te drinken – „doe maar limonade of drinkyoghurt”. Dit is geen ongewoon voorval. Veel kinderen hebben dergelijke specifieke eetwensen. Het probleem wordt veroorzaakt doordat ouders daar vaak verkeerd op reageren. Ze zijn geneigd er niet zo’n punt van te maken onder het mom dat ze zelf ook wel eens iets niet lusten. Deze houding werkt echter het ontstaan van kieskeurigheid bij kinderen in de hand, met dit soort uitwassen als gevolg.

Het is normaal als jonge kinderen voedsel weigeren. Deze neiging tot voedselweigering is aangeboren. Het is echter verkeerd om voedsel dat geweigerd is vervolgens niet meer aan te bieden. Kinderen ontwikkelen rond het eind van hun eerste levensjaar een aversie tegen alle nieuwe voedingsmiddelen. Deze aversie moet hen beschermen tegen het eten van ongeschikt of zelfs gevaarlijk voedsel. Aan het eind van het eerste levensjaar worden kinderen steeds mobieler: ze kruipen en gaan lopen. In de tijd dat mensen nog als jagers-verzamelaars leefden – het grootste deel van de tijd dat er mensen op de aarde rondlopen – lag op de vloer geen linoleum of kamerbreed tapijt. Kinderen kropen over de grond en vonden op hun verkenningstocht door de omgeving dus voortdurend blaadjes en besjes. Niet alle blaadjes en besjes zijn echter eetbaar; sommige zijn zelfs zeer giftig. De zich ontwikkelende afkeer van nieuw voedsel helpt kinderen beschermen tegen vergiftiging.

Kinderen moeten echter ook van alles leren eten: de veilige melkvoeding van het eerste jaar wordt immers langzamerhand vervangen door vast voedsel. Ze moeten hun aangeboren aversie voor nieuw voedsel overwinnen. Dat doen ze door langzaam te wennen aan elk nieuw voedingsmiddel dat ze aangeboden krijgen. Ze moeten nieuw voedsel telkens opnieuw aangeboden krijgen en proeven. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen een voedingsmiddel tussen de vijf en tien keer geproefd moeten hebben voordat ze het leren eten. Als je steeds na de eerste paar keer al concludeert dat je kind het nieuwe eten niet lust, dan ontneem je je kind de mogelijkheid om nieuwe voedingsmiddelen te leren accepteren.

Er is voedsel waar kinderen niet aan hoeven te wennen: voedsel dat zoet en/of vet is. Wie wel eens een cake heeft gebakken, weet dat kinderen verzot zijn op het deeg, dat bestaat uit gelijke delen boter, suiker en meel. Deze voorkeur voor zoet en vet voedsel is eveneens aangeboren. De reden hiervoor is dat het calorierijk is en daarom grote waarde heeft in tijden van schaarste. Niet alleen in het verleden was calorierijk voedsel van groot belang voor het overleven van mensen, maar ook nu is dat nog zo in grote delen van de wereld. In onze overvloedige maatschappij is het nuttigen van vooral zoet en vet voedsel echter juist schadelijk. Willen we dat onze kinderen een gezond voedingspatroon krijgen of behouden, dan moeten we hun ook voedsel leren eten dat niet direct hun voorkeur heeft.

Naast deze biologische factoren spelen ook psychologische factoren een rol bij het toenemende aantal kinderen dat kieskeurig is. Kinderen worden vaak beloond voor hun kieskeurigheid doordat ouders hen meteen een aantrekkelijker alternatief bieden. Het kind leert door deze reactie dat kieskeurig zijn – ook voedsel weigeren dat gezond en voedzaam is – volkomen acceptabel en normaal is.

Kinderen van wie de ouders afwisselend eten, eten zelf ook afwisselend. Kinderen eten bijvoorbeeld beter van een maaltijd als hun ouders hetzelfde voedsel eten. Verder zullen ouders die zelf afwisselend eten ook hun kinderen afwisselender maaltijden voorschotelen. Zo bleek uit een Zweeds onderzoek dat moeders die zelf een afkeer van onbekend voedsel hadden, hun kinderen ook minder frequent onbekend voedsel te eten gaven. Deze kinderen kregen dus minder kans om nieuw voedsel te leren kennen. Ook het bekend zijn met veel verschillende smaken, maakt de acceptatie van weer een nieuwe smaak beter.

Ten slotte blijkt zelfs de afwisseling in het eetpatroon van de moeder tijdens zwangerschap en borstvoedingsperiode invloed te hebben op het eetgedrag van haar kind. Als het kind nog in de baarmoeder vertoeft neemt het slokjes van het vruchtwater. Door deze inname van vruchtwater maakt het kind al voor de geboorte kennis met geuren en smaken van allerlei voedingsstoffen die de moeder heeft gegeten en gedronken. Baby’s die bijvoorbeeld prenataal kennis hebben gemaakt met anijs, blijken na de geboorte een stabiele voorkeur te hebben voor de geur van anijs. Ook blijken voedingsstoffen invloed te hebben op de geur en smaak van borstvoeding. Het eetgedrag van de moeder zelf heeft dus zowel prenataal als postnataal – indien er borstvoeding wordt gegeven – invloed op de voeding van haar kind.

De overdreven voor- en afkeuren voor bepaalde voedingsmiddelen waarmee veel kinderen en zelfs volwassenen behept zijn, kan alleen bestaan vanwege onze overvloedige maatschappij. Als we niet op elk moment in het jaar alle mogelijke soorten voedsel tot onze beschikking zouden hebben, zou de kieskeurigheid snel afgelopen zijn. Denkt u dat er kinderen zijn die geen rijst lusten, als rijst het enige is wat ze kunnen krijgen? Denkt u dat er vroeger kinderen waren die hartje winter geen bonen of kool aten als er niets anders meer was? Ik denk het niet. We hoeven niet te verlangen naar de barre omstandigheden waarin sommige mensen groot moeten of moesten worden. We hoeven alleen maar te weten dat onze overvloedige maatschappij ook nadelen met zich meebrengt. En daar zelf iets aan doen.

Door Angélique Hendriks

Angélique Hendriks is verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Terug naar overzicht